Ongehoorzaam
Waarom je regels moet breken, hoe we honderdduizenden woningen naast Amsterdam kunnen bouwen, en: vinden linkse mensen zichzelf aardiger, intelligenter én aantrekkelijker dan de rest?
Modder, kettingvet, Belgen die in november door een weiland ploeteren: het is niet per se mijn idee van een geslaagde middag. Ik heb dan ook nog nooit naar een veldrit gekeken. Toch speelt een van mijn favoriete filmpjes op het internet zich af in de blubber van Waregem, bij het Belgisch kampioenschap voor beloften van 2014.
Vlak voordat de lichten op groen springen, zie je de topfavoriet wegspurten van onder de startboog. Te vroeg. ‘Ik wil je laten starten,’ zegt de commissaris nog, ‘als er geen bezwaar is.’ Maar dan steekt één renner zijn hand op. Snitch.
Einde verhaal. Of toch niet?
Zodra de kudde is vertrokken, kruipt de renner behendig langs de tegenspartelende jury, springt op zijn fiets en jakkert erachteraan. Pas als de commissarissen dreigen met een schorsing, houdt hij het voor gezien. ‘Ik kan niet leven met de manier waarop dit gebeurt,’ zegt de jongen met enig gevoel voor understatement.
Wout van Aert belichaamt in dit filmpje een wezenlijk inzicht: een regel is geen godgegeven gebod maar mensenwerk, en het is geoorloofd, nee, noodzakelijk, om je te verzetten tegen voorschriften die niet in verhouding staan tot wat ze pretenderen te beteugelen. Regels bestaan misschien niet om gebroken te worden, maar toch zeker om continu te worden bevraagd.
Lang niet iedereen begrijpt dat. Kijk om je heen: met kadaverdiscipline doet de meute wat haar wordt opgedragen, zelden zoekt zij het randje op. Nog erger dan het stemvee zijn hufterige handhaafherdershonden (leuk voor scrabble). Denk aan uitsmijters, VvE-bestuurders, regelneven achter incheckbalies, boa’s met bonnenboekjes, en, niet te vergeten, sommige ouders die 'omdat ik het zeg' voor een geldig argument verslijten.
Als je het mij vraagt bestaat er geen betere lakmoesproef voor sociale intelligentie dan een poortwachter die, gevraagd om een uitzondering, héél even zelf nadenkt in plaats van naar het bordje te wijzen. In een wereld vol schapen getuigt dat van een onafhankelijke geest, en van het gezonde besef dat verreweg de meeste hele-serieuze-dingen in de hele-volwassen-mensenwereld sociale constructen zijn.
Veel van mijn lievelingsmensen zijn ongehoorzaam, bijdehand, koppig, dwars, tegendraads, stout, eigenwijs en, waar nodig, onverzettelijk. (Ik vrees dat ik zelfs mijn levenspartner erop heb uitgekozen.)
Al moet je natuurlijk wel weten wat ‘waar nodig’ betekent.
Leestip
Moeten we het Markermeer droogleggen? Zigmund C. Forrest en Maxwell Tabarrok onderzochten voor Works in Progress waarom het Westen stopte met landaanwinning. In het Markermeer was de dam af en kon de pomp al in 1975 aan, maar zover is het nooit gekomen, en wel vanwege milieuwetgeving. Stel je voor hoeveel mensen op fietsafstand van Amsterdam hadden kunnen wonen, meer hadden kunnen verdienen, en de staatskas hadden kunnen spekken. Het is niet te laat; ik hoop dat Rob Jetten het stuk leest.
Uit mijn kladblok
Eric Smit, medeoprichter van Follow The Money, gaat Big Tech te lijf. Met zijn nieuwe platform The Firewall wil hij deze bedrijven aanpakken in het publieke domein én in de rechtszaal. Daar valt veel voor te zeggen: we hebben ons te lang en te gedwee aan ze uitgeleverd, en onze democratie zou er waarschijnlijk beter uitzien zonder X en Meta. Tegelijkertijd kun je alleen weigeren wat je kunt vervangen. Voorlopig zie ik Europese bedrijven en burgers niet afstappen van Google, Microsoft en Apple, zolang de Europese alternatieven in de kinderschoenen staan. Stoten we deze Amerikaanse reuzen nu af, dan zijn burgers de dupe: onafhankelijk (hoera!), maar veroordeeld tot hobbysoftware. De vraag die te weinig wordt gesteld: waarom hebben we die degelijke alternatieven nooit gebouwd? Dat heeft volgens mij alles te maken met onze infrastructuur van talent. In de Verenigde Staten gaan de knapste koppen naar Silicon Valley om techbedrijven te bouwen; hier trekken ze naar de Zuidas, naar een bank, consultancy of advocatenkantoor. Willen we onafhankelijk worden van Big Tech, dan zullen we daar óók iets aan moeten doen. (Benieuwd hoe Rick Pastoor dit ziet; misschien laat hij een reactie achter.)
Vinden linkse mensen zichzelf beter dan de rest? Nederlanders hebben (terecht) een hekel aan arrogantie, en linkse mensen in het bijzonder wordt weleens verweten dat ze op andere neerkijken. Vaak vind ik dat een beetje Calimero-gezeik van onzekere types, maar ik was altijd wel benieuwd of zelfingenomenheid zich langs partijlijnen laat meten. Een nieuwe Britse peiling probeert het, en het antwoord luidt: een beetje. Labour-kiezers achten zichzelf intelligenter, aardiger, grappiger én aantrekkelijker dan de doorsnee kiezer, al zijn de verschillen bescheiden.
Vragen aan jou
Wanneer heb jij voor het laatst een regel genegeerd die nergens op sloeg? Hoe ging dat?
Vind jij dat we Europese alternatieven nodig hebben in onze strijd om onafhankelijker te worden van Amerikaanse Big Tech, of kunnen we ook zonder?
Poll van de week:
Als je deze nieuwsbrief de moeite waard vindt: een like of abonnement is lief.
Dat was ‘m weer, ik wens je een heel fijne donderdag!



Interessante stellingen. Ik ben het met je eens dat het goed is om regels te “challengen”. Tegelijkertijd zie ik in de praktijk mensen te vaak over regels en (sociale) grenzen gaan. Kijk bijvoorbeeld naar rellen na een WK-wedstrijd of fatbikers die winkelstraten onveilig maken. Ik denk dat regels er (ook) zijn om de ruimte en grenzen van anderen te beschermen. Niet iedereen is in staat op een volwassen manier regels te bevragen. Benieuwd hoe jij dat ziet.
Linkse mensen vinden zich aardiger dan de anderen? Kijk naar de cijfers! Alle groepen vinden zich aardiger dan het gemiddelde. Dat zie je steeds terug in dergelijke bevragingen. De titel is erg misleidend. Opletten!!😀